De weg naar de troon: de Toros de Guisando
Een koninkrijk met twee koningen

De opstandige adel had Alfonso tijdens de Farsa de Ávila weliswaar tot koning uitgeroepen, maar Enrique IV bleef door een groot deel van de bevolking én door belangrijke adellijke families erkend. Castilië kende dus twee rivaliserende koningen. De spanningen liepen snel op. Beide partijen vormden legers en zochten bondgenoten. Dit leidde tot een reeks gewapende confrontaties.
De strijd bereikte een hoogtepunt in 1467 tijdens de tweede slag bij Olmedo. De aanhangers van Enrique wilden voorkomen dat de opstandige adel verder oprukte naar centraal Castilië. Het leger van Alfonso — in werkelijkheid geleid door invloedrijke edelen en de aartsbisschop van Toledo, Alfonso Carrillo — stelde zich op bij Olmedo. Er volgde een zware cavalerieslag waarin geen van beide partijen erin slaagde de ander beslissend te verslaan. Hoewel Enrique IV doorgaans als de militaire winnaar wordt beschouwd en zijn positie daardoor tijdelijk werd versterkt, zette hij dit voordeel niet om in een vernietigende achtervolging of politieke afrekening. Zijn leger trok verder naar Medina del Campo in plaats van de opstand definitief neer te slaan. Daardoor herwon hij geen volledige controle, bleven sommige edelen de oppositie steunen en bleef Alfonso geloofwaardig als alternatief voor de troon. Zo kon het kamp van Alfonso het uitblijven van een nederlaag presenteren als een morele overwinning.
De burgeroorlog bleef daardoor voortduren. Isabel had — ondanks haar genegenheid voor haar jongere broer — geen intentie om zich aan te sluiten bij de aanhangers van Alfonso. Ze bleef afwachtend en hield zich buiten het conflict terwijl zij verbleef aan een hof waar de autoriteit van Enrique werd erkend. Na de slag bij Olmedo werd steeds duidelijker dat geen van beide partijen in staat was een beslissende overwinning te behalen. Isabel was getuige van de onrust en de verliezen die de strijd met zich meebracht. Door deze patstelling nam haar politieke betekenis toe. De onzekerheid over de opvolging en de twijfel rond de aanspraken op de troon maakten Isabel voor beide kampen steeds belangrijker.
De dood van Alfonso verandert alles
De politieke situatie veranderde toen in 1468 Alfonso onverwacht overleed. Of dit het gevolg was van ziekte of van vergiftiging is nooit met zekerheid vastgesteld. Zijn dood bracht de opstandige adel in een lastig parket. De koning die zij tijdens de Farsa de Ávila hadden uitgeroepen was verdwenen. Terugkeren naar Enrique en diens dochter Juana lag niet voor iedereen voor de hand; de twijfels over haar legitimiteit waren niet verdwenen. De aandacht verschoof daardoor naar Isabel, maar zij stelde zich terughoudend op en toonde geen ambitie om haar broer rechtstreeks op te volgen. Daardoor werd zij voor verschillende partijen een aanvaardbare kandidate. Isabel koos ervoor om te onderhandelen met Enrique, die op zijn beurt ook reden had om met haar te praten. De oorlog sleepte zich voort en Enrique had nog steeds geen beslissende overwinning bereikt. Door een akkoord met Isabel kon de rust worden hersteld zonder dat een van beide kampen volledig hoefde te capituleren. Op de achtergrond begonnen ondertussen ook andere belangen mee te spelen. Niet alleen binnen Castilië, maar ook daarbuiten werd duidelijk dat de toekomstige positie én het huwelijk van Isabel politieke gevolgen konden hebben die veel verder reikten dan de grenzen van het koninkrijk.
Isabel als inzet van de Europese politiek
De kans dat Isabel erfgename van Castilië zou worden, was door de recente gebeurtenissen sterk toegenomen. Na de dood van Alfonso groeide zij uit tot een van de meest begeerde huwelijkspartners van West-Europa. In de vijftiende eeuw was een koninklijk huwelijk zelden een liefdeszaak; het was vooral een diplomatiek instrument. Een huwelijk kon bondgenootschappen smeden, oorlogen voorkomen of juist de macht van een rivaliserend rijk aanzienlijk vergroten. Castilië was veruit het grootste en rijkste christelijke koninkrijk van het Iberisch Schiereiland. Wie met Isabel trouwde en daarmee uitzicht kreeg op de Castiliaanse kroon, verwierf niet alleen grote rijkdom en militaire macht, maar ook een sleutelpositie in de Europese politiek. Koning Alfonso V van Portugal had grote belangstelling voor een huwelijk met Isabel. Als hij met haar trouwde en zij koningin van Castilië werd, zouden Portugal en Castilië mogelijk onder één vorstenpaar komen. Daarmee zou een enorm rijk ontstaan dat vrijwel het hele westen van het Iberisch Schiereiland omvatte. Een andere belangrijke kandidaat was Fernando de Aragón, de zoon van koning Juan II van Aragón. Een huwelijk tussen Fernando en Isabel zou de twee grootste koninkrijken van het Iberisch Schiereiland met elkaar verbinden. Ook Frankrijk volgde de ontwikkelingen met grote belangstelling. Koning Lodewijk XI zag liever niet dat Castilië en Aragón door een huwelijk met elkaar verbonden zouden raken. Daarom steunde hij alternatieve huwelijkskandidaten en probeerde hij via diplomatie een Castiliaans-Aragonese unie te voorkomen. Voor Enrique IV was Isabels huwelijk minstens zo belangrijk. Wie met zijn halfzus trouwde, zou grote invloed krijgen op de toekomstige opvolging van Castilië. Daarom wilde Enrique zelf bepalen met wie Isabel zou trouwen.
Tegen deze achtergrond ontmoetten Enrique IV en Isabel elkaar in september 1468 bij de Toros de Guisando. Waarom juist de Toros de Guisando als ontmoetingsplaats werden gekozen, is niet met zekerheid bekend. De plek lag ongeveer halverwege Cebreros en Cadalso en was daardoor voor beide partijen goed bereikbaar. De oude stenen stieren waren al in de vijftiende eeuw een markant monument in het Castiliaanse landschap. Mogelijk droeg ook dat eraan bij dat juist deze plek werd gekozen voor een ontmoeting waarbij de toekomst van het koninkrijk op het spel stond.
Mijn keuze om de Toros te bezoeken is niet moeilijk uit te leggen. Na de Farsa van Ávila was het Pact van Guisando de volgende belangrijke gebeurtenis op Isabels weg naar de troon. En deze granieten beesten waren daarvan getuigen.
Op weg naar de Toros
Het is niet gemakkelijk om de Toros te bereiken als je niet over een auto beschikt. Allereerst moet je ontdekken dat ze helemaal niet vlak bij het plaatsje Guisando liggen, maar zo’n zestig kilometer daar vandaan, in de buurt van El Tiemblo, een dorp aan de voet van de Sierra de Gredos.

Om in El Tiemblo te komen neem ik de regionale bus vanaf Ávila en dat is al een belevenis op zich: anderhalf uur schudden langs een route door kleine dorpen en een leeg Castiliaans landschap met uitzicht op de bergen. El Tiemblo is een klein stadje waar niet veel te doen is. De straten zijn al stil als ik aankom. Er zijn een paar bars en restaurants die bijna allemaal al om vijf uur sluiten. Godzijdank is er één restaurant waar ik vanavond nog kan eten. In de enige supermarkt die nog open is koop ik een grote fles water voor de wandeling naar de Toros morgenochtend. Mijn hotel is comfortabel en de ontvangst uiterst vriendelijk. “U bent René?” Ik kijk hem verbaasd aan. “Ik zag op de reservering dat er een man uit het noorden zou komen. En eerlijk gezegd: u kon bijna niemand anders zijn.” Ik krijg een folder met informatie over wat er in de buurt te doen is. Terwijl ik die doorblader, valt mijn blik op de openingstijden van de Toros. Ik lees de zin nog een keer. Gesloten op maandag en dinsdag. Woensdag ga ik terug naar Madrid. Ik zou dan, voordat ik de bus neem, nog met een taxi op en neer kunnen gaan. Toch besluit ik bij mijn oorspronkelijke plan te blijven, in de hoop door een gat in het hek toch een glimp van het monument op te vangen.
De wandeling naar de Toros is slopend. Het is warm. Ik houd de weg aan, bang dat ik anders verdwaal. Er schijnen mooiere routes te zijn, maar ik kan nergens vinden hoe die lopen. De Oficina de Turismo van El Tiemblo is een hok dat permanent onbemand is. Op weg naar de Toros loeit het verkeer onophoudelijk. Bijna wanhopig zoek ik een pad dat verder van de rijbaan ligt, maar mijn angst om te verdwalen houdt me aan de wegkant. Na een kilometer of vijf zie ik een verharde zijweg. Die lijkt naar een privéterrein te leiden. Ik sla toch af en kom zo in La Atalaya, een enigszins afgeschermd dorp met ruime villa’s en veel groen. Ik kijk mijn ogen uit naar de prachtige tuinen, blij dat ik van de grote weg weg ben. Het dorp is zo uitgestrekt dat ik, als ik het weer verlaat, bijna bij de afslag naar de Toros ben. Dan is het nog een klein stukje over een nauwelijks verharde weg.
Nogal onverwachts zie ik de ingangspoort. En al snel zie ik dat ik door dit hek naar binnen kan kijken. Een wat ouder echtpaar staat druk gebarend ontevreden te zijn omdat ze er niet in kunnen. Zo te horen zijn het landgenoten. “Het is vandaag gesloten!”, roep ik. Verrast door het horen van Nederlands – in deze omgeving komt dat niet vaak voor – draaien ze zich met een ruk om. “U komt uit Nederland?” De man, ergens achter in de zeventig, kijkt me onderzoekend aan. De vrouw roept, zichtbaar gefrustreerd, dat ze helemaal vanuit Ávila zijn gekomen om de stieren te bekijken. Gelukkig staan de beelden niet ver van het hek, zodat we ze goed kunnen zien. Ik vraag me zelfs af of een bezoek aan de andere kant van het hek veel had toegevoegd. Het zijn er vier. Ze zijn gemaakt van graniet. Door de wind, de zon en de tijd – meer dan tweeduizend jaar – zijn ze verweerd en daardoor lijkt het alsof ze van zandsteen zijn. Ze worden verracos genoemd en het zou best kunnen dat het helemaal geen stieren zijn, maar varkens of andere dieren. Iets verderop zie ik dat de muur om de Toros iets lager is. Niet laag genoeg om er overheen te kijken, en erop klimmen durf ik niet. Dat zou heiligschennis zijn. Wel kan ik foto’s maken door mijn camera boven de muur te houden. Het resultaat is meer dan bevredigend. Op de foto staan de beesten alsof ze dankbaar zijn dat ik ze heb gefotografeerd.
De man lacht om mijn vindingrijkheid. Hij vertelt dat ze al lang door Spanje reizen om de Spaanse geschiedenis te leren kennen. Als ik vertel dat ik het spoor van Isabel volg, kijkt de vrouw me bewonderend aan. “Dan weet je waarschijnlijk veel van de Spaanse geschiedenis!” Ze bieden me een lift aan naar mijn verblijfplaats. Ik weiger nederig, maar accepteer gretig als ze aandringen: “Dan kunnen we onderweg verder praten.” Het komt me goed uit. Acht kilometer teruglopen langs de autoweg in de volle zon die steeds hoger komt te staan….
Helaas zijn acht kilometer autorijden lang niet voldoende om het hele verhaal over de ontmoeting tussen Isabel en haar halfbroer Enrique te vertellen. Dankbaar voor de lift én blij dat ik eindelijk iemand heb gevonden met wie ik mijn kennis over Isabel kan delen, vertel ik ronduit over wat er toen gebeurde.
Het akkoord
De Toros vormden dus het decor voor het akkoord dat een einde zou moeten maken aan de burgeroorlog die al zo lang woedde. De dieren zullen weinig gemerkt hebben van de spanningen. Ze stonden toen al eeuwen vredig bij elkaar en dat staan ze nu nog steeds. Ook voor Isabel en Enrique was het inmiddels tijd om een einde aan het bloedvergieten te maken. Degene die de adel richting een akkoord met Enrique duwde, was echter Pacheco. Hij zag dat de burgeroorlog vastliep en dat een compromis met Isabel strategisch voordelig kon zijn. Hoewel hij zich later tegen Isabel zou keren, steunde hij haar in 1468 omdat Juana’s legitimiteit zwak was en Isabel op dat moment beter te controleren leek. Pacheco kon daarbij rekenen op de steun van veel invloedrijke edelen.
Aan de zijde van de opstandige adel waren onder anderen aanwezig: Alfonso de Fonseca, bisschop van Sevilla, Álvaro de Zúñiga, Rodrigo Alfonso Pimentel, Diego López de Zúñiga en de aartsbisschop van Toledo, Alonso Carrillo – dezelfde edelen die eerder een hoofdrol hadden gespeeld tijdens de Farsa van Ávila. De groep die zich achter Enrique schaarde, was beduidend kleiner en bestond voornamelijk uit zijn hofkring, waaronder Beltrán de la Cueva en Andrés Cabrera. Daarnaast waren er veel mensen uit de omliggende plaatsen op de bijeenkomst afgekomen, zodat het rond de Toros een drukte van belang moet zijn geweest.
Enrique zal waarschijnlijk hebben beseft dat hij in de minderheid was en daardoor bereid zijn geweest grotere concessies te doen. Maar er speelden ook andere zaken een rol. Een belangrijk onderdeel van de onderhandelingen was de troonopvolging. Daarbij stond de vraag centraal of Juana (la Beltraneja) als wettige opvolgster moest worden erkend. Opmerkelijk is dat Isabel zich nooit uitliet over de rechtmatigheid van Juana. Een maand voor de ontmoeting in Guisando was Enrique erachter gekomen dat zijn vrouw, Juana van Portugal, een verhouding had met de Castiliaanse edelman Pedro de Castilla en van hem zwanger was. Deze affaire zal de autoriteit van Enrique verder hebben ondermijnd en de toch al bestaande twijfel over de aanspraken van prinses Juana op de troon hebben versterkt. Zijn bereidheid om Isabel als erfgename te erkennen zal daardoor zijn toegenomen.
Op 23 augustus, ruim voor de ontmoeting bij Guisando, stelde Fonseca, een hooggeplaatste Castiliaanse geestelijke en politiek adviseur van Enrique, een eerste memorandum op. Daarin stonden drie uitgangspunten centraal: Isabel zou als erfgename worden erkend, broer en zus zouden zich met elkaar verzoenen en alle partijen zouden opnieuw gehoorzaamheid verschuldigd zijn aan koning Enrique.
Begin september 1468 kwamen beide partijen daadwerkelijk in beweging. Isabel reisde vanuit Ávila naar Cebreros. Enrique vertrok vanuit Madrid naar Cadalso de los Vidrios. Beiden naderden zo het gebied rond de Toros de Guisando, waar enkele dagen later de afspraken hun definitieve vorm zouden krijgen.
Het uiteindelijke akkoord omvatte een groot aantal bepalingen. Tot de belangrijkste behoorden de erkenning van Isabel als Prinses van Asturië en daarmee als officieel erfgename van de Castiliaanse troon. Daarnaast kreeg zij de inkomsten uit verschillende steden, waaronder Ávila en Medina del Campo. De burgeroorlog moest worden beëindigd en het huwelijk van Enrique met Juana van Portugal zou worden ontbonden, waarna Juana van Portugal naar haar geboorteland zou terugkeren. De dochter van de koningin zou vervolgens aan het Castiliaanse hof worden ondergebracht en geen aanspraak meer kunnen maken op de opvolging, doordat het huwelijk van Enrique met haar moeder ongeldig werd verklaard.
Voor Isabel was bovendien van groot belang dat ze niet mocht trouwen zonder de toestemming van Enrique. Enrique kreeg het recht om een huwelijkskandidaat voor te stellen. Isabel had wel het recht deze af te wijzen.
Voordat beide partijen elkaar ontmoetten, woonde Isabel eerst de mis bij. Volgens de kronieken bad zij daar: “Si no tengo derecho, no haya lugar de pecar por ignorancia, si lo tengo dame seso y esfuerzo para con ayudo de Tu braza lo puedo conseguir y alcanzar y dar paz en este reino.” In het Nederlands wordt dat: “Als ik er geen recht op heb, laat mij dan niet uit onwetendheid zondigen; als ik er wel recht op heb, geef mij dan inzicht en kracht, zodat ik het met de hulp van Uw arm kan verkrijgen en bereiken en vrede in dit koninkrijk kan brengen.”
Een ontmoeting
Ik bedank het echtpaar voor de lift en ga naar mijn hotelkamer. Ik zet mijn balkondeuren wijd open; het gordijn wijkt door de binnenvallende wind, de vitrage blijft op zijn plaats. Door het raam zie ik in de verte het toneel waar de gebeurtenissen zich hebben afgespeeld. Ik probeer me voor te stellen hoe Isabel en Enrique elkaar naderen. Te paard. Isabel geflankeerd door aartsbisschop Carrillo, Enrique bijgestaan door Beltrán de la Cueva. Pacheco moet er ook bij geweest zijn, maar houdt zich opvallend verborgen. Als ze nog een meter of vijftig van elkaar verwijderd zijn, stappen Enrique en Isabel van hun paard en gaan ze lopend verder. Bij de Toros, vlakbij waar ik een paar uur geleden stond, ontmoeten ze elkaar. De menigte ziet hoe Isabel wil knielen en dat Enrique dat verhindert. Wat ze tegen elkaar zeggen is niet hoorbaar, maar hun omhelzing wijst op verzoening. En niet alleen verzoening tussen broer en zus. Wat voelbaar is, is dat Isabel Enrique als koning blijft erkennen en dat Enrique toegeeft aan de eis dat Isabel erkend wordt als wettige erfgename van Castilië. Is het glimlachje van Enrique ook wat bitter? Dit betekent immers dat Juana, zijn mogelijke dochter, buiten de opvolgingslijn komt. En betekent het opgeheven hoofd van Isabel dat ze het maximale uit de onderhandelingen heeft gehaald? Hoe gaat Pacheco hier mee om? Waarschijnlijk is hij nu al plannen aan het smeden om zijn voordeel uit deze situatie te halen.
Enrique en Isabel draaien zich naar het publiek toe. Het wordt duidelijk dat ze willen laten zien dat ze zich hebben verzoend en in goede harmonie samen verder willen gaan. Maar of dat ook zo is? Dat zal in de gebeurtenissen die volgen duidelijk worden.
